Gooi & Vecht Historisch

U bent hier: Home Beroepen uit de oude doos

Beroepen uit de oude doos

Werken is van alle tijden. Vanaf het moment dat de mens op twee benen stond, moest hij zich voorzien in zijn levensonderhoud. Men begon te werken voor voedsel, kleding en onderdak. Er ontstond al snel een verscheidenheid aan werkzaamheden, die zich in de loop der jaren steeds verder zou uitbreiden.

Intussen zijn veel beroepen uit de vorige eeuw vergeten of verdwenen. Gelukkig hebben we de archieven nog! Hieronder tonen we u aan de hand van documenten uit onze archieven een aantal beroepen uit de oude doos.

Sneeuwballen gooien op de gang

In 1904 kwam de Koninklijke Haardenfabriek E.M. Jaarsma vanuit Sneek naar Hilversum. Ze vestigde zich aan de Liebergerweg waar een compleet nieuwe fabriek met arbeiderswoningen werd opgericht. In 1958 werd het 90-jarige bestaan van de fabriek gevierd. Eind jaren zestig kwam de fabriek in financiële problemen, doordat steeds meer consumenten overstapten op oliestookkachels.

In de Haardenfabriek werd een bijzonder kasboekje bijgehouden. In dit boekje werden fabrieksarbeiders genoteerd, die zich tijdens hun werk slecht gedroegen. Er werd achter de naam een boete genoteerd, die werd ingehouden op het loon. Op 13 januari 1942 kregen H.C. Wildenburg, N. Willemse en S.J. Boog ieder een boete van 0,10 cent voor het gooien van sneeuwballen in de gang. Wat een discipline!

Bouwen uit  ‘Volksbelang’

In de 19e en begin 20ste eeuw groeide het aantal arbeiders in Nederland sterk. Er dreigde een woningtekort en er werden in korte tijd veel rijtjeswoningen bijgebouwd. Rond 1910 vond er binnen de stedenbouw een omwenteling plaats. Gemeentelijke overheden en woningbouwverenigingen zonder winstoogmerk werden verantwoordelijk voor de huisvesting van sociaal zwakkere groepen. Deze sociale woningbouw werd in de jaren ’20 groots aangepakt. In plaats van spaarzame willekeurige rijtjeswoningen, werden er complete buurten ontwikkeld.

Deze buurten werden vaak door bekende architecten ontworpen: W.M. Dudok in Hilversum, K.P.C. de Bazel in Bussum en hiernaast staat het ontwerp van L. Streefkerk. Dit complex rond de Kloosterstraat in Naarden is neergezet voor woningbouwvereniging ‘Volksbelang’. Deze vereniging kon dankzij rijkssubsidie grond aankopen om er arbeiderswoningen op te bouwen.

Getuigschrift van Chirurgijn Gijsbert Bosch

Dit diploma uit 1692 is behaald door de Kortenhoefse Gijsbert Bosch. Gijsbert was twee jaar daarvoor als ‘leerknaap’ in de leer gegaan bij chirurgijn Nicolaas Vermeulen.  Deze Amsterdamse chirurgijn had hem de fijne kneepjes van het vak geleerd. Aan het einde van zo’n periode als leerknaap kreeg men een dergelijk getuigschrift.

Het dorp Kortenhoef kende geen gilden. Gilden waren belangenorganisaties voor mensen die in dezelfde beroepsgroep werkzaam waren. De stad Naarden kende daarentegen wel vele gilden. Toch stond het eenieder vrij om het vak te leren bij een leermeester naar keuze. Het blijft voor ons gissen waarom Gijsbert naar Amsterdam trok en niet naar het dichterbij gelegen Naarden.

Van crudeners tot Gruijter

Tegenwoordig halen we onze droge levensmiddelen bij de supermarkt, maar vroeger ging men daarvoor naar de kruidenier. Dit beroep is al eeuwen oud en is ontstaan rond de middeleeuwen. Zogeheten ‘crudeners’ verkochten kruiden voor geneeskundige doeleinden. Toen kruideniers vanaf de 17e eeuw geen geneeskundige artikelen meer mochten verkopen, gingen ze over op graan, keukenkruiden, koffie, thee, tabak, maar ook kaarsen en zeep.

Op deze foto uit 1984 zien we kruidenierswinkel Van Rensenbrink in Loosdrecht. De toonbank lag vol met schoonmaakmiddelen, chocoladerepen en sigaretten. Veel kruidenierswinkels werden in de 20ste eeuw weg geconcurreerd door grootwinkelbedrijven, zoals de Gruijter en nog weer later door de huidige supermarkten.

‘Goedenavond dames en heren’

In 2021 viert de publieke omroep 70 jaar Nederlandse televisie. Op 2 oktober 1951 werd de eerste officiële Nederlandse televisie-uitzending uitgezonden. Op dat moment werden er uitzendingen gemaakt vanuit vijf verschillende omroepen. Elke omroep had één vaste dame die de televisie-uitzendingen aankondigde: de televisie-omroepster.

In 1956 bestond de Nederlandse televisie 5 jaar en werd deze foto gemaakt van vijf televisie-omroepsters op een rij: Karin Kraaijkamp  van de VARA, Tanja Koen van de NCRV, ´tante´ Hannie Lips van de KRO, Verti Dixon  van de VPRO en Ageeth Scherphuis van de AVRO. Door de groei van het aantal televisies in Nederland en de uitbreiding van de zendtijd werden de televisie-omroepsters in de jaren ’50 en ’60 extreem populair. Eind jaren ’80 werd deze populariteit minder en in 1988 werd de omroepster afgeschaft door de NOS. In 1992 volgden de KRO, de NCRV en de AVRO. De televisie-omroepsters hebben inmiddels plaats gemaakt voor de digitale tv-gids.

De melkboer

Vanaf halverwege de 19e eeuw vertrok de melkboer dagelijks vanuit zijn boerderij naar de stad om zuivelproducten aan de mensen te verkopen. Veel stadsarbeiders waren niet in de mogelijkheid om hun melk rechtstreeks bij de boer te halen. De melkboer kwam hen letterlijk en figuurlijk tegemoet.

De melkboer of melkman kwam één of meerdere keren per dag langs de deur om zijn dagverse zuivelproducten te verkopen, vaak in glazen melkbussen.  Ook in Bussum kwam de melkboer met zijn melkwagen langs. Hier zien we de melkboer zijn bel luiden in augustus 1956.

Vanaf de jaren ‘30 moesten veel onafhankelijke melkboeren zich aansluiten bij grote zuivelfabrieken om hun hoofd financieel boven water te houden. Eind jaren ’60 kreeg de melkman, net als de kruidenier, concurrentie van de supermarkt en verdween hij langzaam uit het straatbeeld.

De laatste der Mohikanen

Huizen leek aanvankelijk niet zo’n voor de hand liggende havenplaats. Het lag niet direct aan de Zuiderzee en door zijn ondiepe haven was het ook slecht bereikbaar. Uiteindelijk werd het eind 19e eeuw toch een vissersplaats door de grote vraag naar vis in het achterland. In 1853 kreeg Huizen een eigen haven.

Rond 1900 was de Huizer visserij op haar hoogtepunt. Er voeren op dat moment 140 vaartuigen in de vaart met het kenteken HZ. Het bleek een korte bloeiperiode. Door de sterke overbevissing raakte de visserij in verval. De plannen om de Zuiderzee af te sluiten versterkte dit effect.

Ten tijde van deze foto, rond 1956, moest Joost Westland als laatste Huizer visser op de HZ-1 zijn vergunning inleveren. Dit zijn waarschijnlijk één van de laatste netten die zijn geboet.

De Hilversumse trekschuit

In 1719 maakte de Hilversumse Jan Janszoon Perk een rekening op met daarin alle inkomsten en  uitgaven die betrekking hadden op de zandafgravingen langs de Hilversumse vaart. Jan Janszoon Perk was samen met Jan Lambertszoon Haan verantwoordelijk voor de veerdienst tussen Hilversum en Amsterdam.

Deze rekening liet hij verluchten met een prachtige voorstelling van de trekvaart, met daarin een trekschuit die wordt voortgetrokken door een paard. Op de achtergrond zien we iemand aan het werk met een schop.

Deze rekening is afkomstig uit het archief van Albertus Perk, een nazaat van Jan, en is in zijn geheel in te zien.

Aaltje de Herbergierster

Voor sommige beroepen moest men vroeger een ‘admissie’ of speciale vergunning verkrijgen van het plaatselijk bestuur. Uit het dorp Nieuw Loosdrecht is een 18e-eeuwse lijst bewaard gebleven van mensen die zo’n speciale vergunning hebben gekregen. Er wordt onder andere een korenmolenaar genoemd, een paar slachters, verschillende tappers ‘in brandewynen’ en mensen die kaas, boter en spek verkochten.

Tussen al deze mannen staat ook één vrouw genoemd: Aaltje van der Horst. Zij had sinds 1763 haar eigen herberg in het dorp. Grote kans dat zij veel mannen uit deze lijst een glaasje vol had geschonken…

Geniet van je vrije tijd!

De familie Braber uit Laren zat lekker in de tuin op deze zonnige zondag in 1946. Het was op dat moment nog niet voor iedereen weggelegd om een dag te luieren in de zon. Hier kwam in de jaren ’50 langzaam verandering in. Rond 1955 had de gemiddelde Nederlander 24 uur per week vrije tijd. In 1962 steeg dit aantal naar 29 uur in de week. Na de introductie van de vrije zaterdag voor werknemers is het aantal in 1975 zelfs gestegen tot 46 uur in de week.

Hierdoor kregen mensen meer tijd om op vakantie te gaan, bij familie op bezoek te gaan of om lekker in de tuin te zitten met familieleden.

 

Terug naar de Homepage

 

Inloggen
Uw browser is verouderd

Update uw browser voor een optimale weergave. Nu updaten

×