Scheepsjagers in Weesp

In augustus 1850 ontving burgemeester Heijdanus een brief van een Utrechtse beurtschipper. De man schreef echter niet voor zichzelf, maar volgens de brief "voor mijnen vriend Brinkman, beurtschipper van Amsterdam op Wezel". Wat was Brinkman overkomen? Beurtschippers werden  door de Vecht gesleept door paarden, bereden of  gedreven door scheep- of schuitjagers. In de richting Utrecht sleepten de Weespers de schuiten tot Nieuwersluis, waar ze door Nieuwersluizers werden overgenomen. Zoals iedere stad had ook Weesp een Commissaris, die het werk over de jagers verdeelde. Brinkman was ondanks zijn Nederlandse naam een Duitser, die volgens de brief "het hollands zo goed niet kan". Vandaar dat zijn Utrechtse vriend voor hem in de bres springt.

Te laat

Brinkman was op 8 augustus uit Amsterdam in Weesp aangekomen en bestelde diezelfde avond bij de Commissaris jagers om zijn schip de volgende ochtend tegen half vier aan de lijn te maken.  De twee verschenen echter pas om half zes en vroegen of het goed was dat ze kwamen jagen. Nadat Brinkman ze erop gewezen had, dat ze al om half vier hadden moeten verschijnen, vertrokken ze om hun paarden te halen.  Het schip lag pas om half zeven aan de lijn. Ze jaagden tot Uitermeer, waar ze om negen uur arriveerden en daar "lieten zij het schip liggen omdat, zo zij zeiden, het te hard woei en telkens hun slechte lijnen lieten stuk trekken". Brinkman merkt in zijn brief op dat wanneer ze om half vier waren vertrokken ze met rustig weer om negen uur Nieuwersluis hadden bereikt.

Wind

Enfin, de jagers gingen naar huis met de belofte de volgende morgen om drie uur weer terug te zijn. Toen ze er om vijf uur nog niet waren zond Brinkman zijn knecht naar de Commissaris in Weesp met een verzoek om paarden. Uit de brief aan de burgemeester:  "Het was die morgen zeer goed weer, zelfs kwamen er grote schepen met 1 paard mij voorbij jagen naar de Nieuwersluis". Uiteindelijk kwamen om acht uur dezelfde jagers als de vorige dag, maar ondertussen, aldus de brief "woei het nog wel eens zo hard als de voorgaande dag, doch niettemin brachten zij mij om 12 uur te Nieuwersluis alwaar ik hun loon van 1 gulden nachtgeld moest betalen".

Betalen

Brinkman vindt dat de Commissaris der jagers de beurtschepen naar willekeur behandelt en ze daardoor schade berokkent die groter is  dan alleen maar de extra kosten van jaagloon en nachtgeld. Niet alleen woei het de tweede dag harder dan de eerste, toen zij het schip lieten liggen, waaruit blijkt dat het er alleen om te doen was een tweede dag jaagloon te innen, maar kwalijker is dat door de 30 uur oponthoud Brinkman gevaar liep niet op tijd in de Rijn te zijn, waar volgens afspraak een stoomboot   wachtte om hem verder te slepen. Komt hij niet op tijd, dan kan de stoomboot vertrekken en moet de  beurtschipper naast de kosten van de sleper ook nog een boete betalen.

We vinden in het archief geen reactie van burgemeester Heijdanus. Waarschijnlijk heeft hij een en ander mondeling afgedaan.

 

Trekschuit

          

Laatst gewijzigd: 07/06/11