Hongerwinter in Weesp

Het is december 1944, de donkerste maand van de laatste oorlogswinter, de hongerwinter. Voor de zevenduizend Weespers is de toestand nijpend. Nauwelijks brandstof, maar enkele uren per dag electriciteit en water en van een voedselvoorziening kon eigenlijk niet meer worden gesproken. Via de reguliere distributie is bijna niets meer te krijgen. Men leed honger en vooral voor de gezondheid van de kinderen werd gevreesd.
De directie van de plaatselijke melkfabriek "Neerlandia" begreep dat dit vroeg om bijzondere maatregelen. Er moest een comité gevormd worden waaraan plaatselijke bedrijven en landbouwers hun producten ter beschikking konden stellen, zodat ze niet in de buitengewoon schrale algemene landelijke distributie verdwenen.

C.L.N.

Zo gezegd, zo gedaan. Er kwam een "Comité tot leniging van de nood der bevolking van Weesp" (C.L.N.), bestaande uit zes burgers. Om de plicht tot leverantie door bedrijven aan de landelijke distributie te doorbreken was medewerking van de autoriteiten nodig. Die werd verkregen. Financiële moeilijkheden waren er niet, want al tijdens de eerste vergadering van het comité stelden plaatselijke fabrikanten een bedrag van f 25.000,- beschikbaar. Het comité kende twee hoofddoelen: maaltijdverstrekkingen en uitreiking van voedsel, textiel en brandstoffen. Aan kinderen tot en met 14 jaar werd een speciale distributieknipkaart verstrekt. De ouderen hadden al de landelijke distributiekaart. Op 23 december vond de eerste maaltijdverstrekking plaats in de kantine van de firma Van Houten. Een erwtensoepmaaltijd voor kinderen van 8 tot 14 jaar. "Soepbord en lepel medenemen" stond er op de aanplakbiljetten. Er verschenen er 650! Twee weken later was er een papmaaltijd voor 650 kinderen van 5 tot 10 jaar en werd er door slager Mühl 1 liter soep verstrekt aan alle 65-plussers, daarvan meldden zich er 590. Op 20 januari was er een grote erwtensoepmaaltijd voor vrouwen in de leeftijd van 30 tot 49 jaar. 700 namen er aan deel.
Eind januari begon men met de dagelijkse verstrekking van pap aan 300 kinderen. Omdat er 1200 kinderen waren, betekende dit dat ieder kind om de drie dagen twee borden pap kon komen eten. De maaltijden werden met muziek en voordracht opgevrolijkt. Men heeft dit volgehouden tot half april 1945.Toen was zelfs dit niet meer mogelijk. Dit waren allemaal activiteiten van het sub-comité Soep en Pap.

Maaltijden

Het sub-comité Warme Maaltijden bood op 15 januari een warme maaltijd aan in de vorm van stamppot van rode kool met veel vlees aan 600 jongens en meisjes van 11 jaar en ouder. Op 3 februari volgde een zuurkoolmaaltijd met veel vlees voor 680 mannen in de leeftijd van 40 tot en met 64 jaar. In februari en maart verstrekte men, met medewerking van de plaatselijke artsen, gedurende 14 achtereenvolgende dagen een speciale warme maaltijd aan 50 ondervoede kinderen. Na 9 april werd dit omgezet in een dagelijkse warme maaltijd aan 100 ondervoede kinderen.

 

Twee jongens kijken naar oproepbiljetten van het CLN.

 

Levensmiddelen

Het sub-comité Levensmiddelen zorgde vooral voor aardappelen. Men was er in december al in geslaagd een schip met 10.000 kilo Bevelanders uit Friesland te laten komen en zo konden nog vóór de jaarwisseling meer dan 6700 inwoners ieder 1,5 kg mee naar huis nemen. De uitreiking van aardappelen is doorgegaan tot einde maart. Maar er was meer. Bijvoorbeeld voor 480 kinderen tot 2 jaar in januari een half pond bruine suiker en in maart voor 1099 mannen van 16 tot 40 jaar 2 ons gehakt. Aan zwakken, zieken en behoeftigen werd elke week op dokters- of verpleegstersadvies voedsel uitgereikt in de vorm van suiker, worst, gemalen tarwe, havermout enz.

Brandstoffen

Aan het sub-comité Brandstoffen werden in deze koude winter buitengewoon hoge eisen gesteld. Duizenden kilo's cokes werden in porties van 25 kg aan noodlijdende gezinnen uitgedeeld. Het comité kreeg de beschikking over 10.000 kg stobben hout (boomstronken), nog niet klein gehakt. Dat hakken kwam op de verbruikers neer. In de laatste weken van de bezetting kon het comité beschikken over een grote partij ongerooide stobben, die door eigen mensen uit de grond moesten worden gehaald. De stobben waren ongetwijfeld de laatste resten van bomen, die al eerder in de kachels van de burgerij waren verdwenen.

Textiel

Het sub-comité Textiel bestond naast de mannelijke voorzitter uit niet minder dan 14 vrouwen. Ze verzamelden huis-aan-huis textielgoederen in de meest uitgebreide zin van het woord. Die werden gesorteerd en gereinigd. Van ingeleverde katoenen zakken maakten ze luiers, lakens, slopen enz. Zo werden textiel-pakketten samengesteld die tegen betaling aan de inwoners werden uitgereikt. Dit was de enige activiteit waarvoor moest worden betaald.
Op 5 mei 1945 was de druk van het oorlogsgeweld weggenomen, maar het hongergevoel niet want het voedsel was en bleef schaars. De laatste voedseluitreiking vond plaats op 28 mei.
Het C.L.N. heeft nog tot 1994 bestaan en zich op andere wijze voor de gemeenschap nuttig gemaakt. Maar dat is een ander verhaal.

Laatst gewijzigd: 22/05/12