Gereformeerde Kerk Weesp

Rond 1800 had Weesp 2800 inwoners. Daarvan was de helft de gereformeerde of hervormde godsdienst toegedaan. Een derde van de inwoners wordt in de archiefstukken als rooms omschreven. Een kleine driehonderd kerkten in de evangelisch-lutherse kerk. Men kan dus stellen dat Weesp een overwegend protestantse gemeente was.

Modern

Zij die zich gereformeerd noemden kwamen bijeen in de Grote of Hervormde Kerk. In 1834 deed zich landelijk in deze Nederlandse Hervormde Kerk een afscheiding voor, die er kort gezegd op neerkwam dat een aantal kerkgangers de prediking te "modern" vond. Zij begeerden, zoals het in een jubileumboekje van de Gereformeerde Kerk Weesp wordt genoemd, "een zuivere verkondiging van het Evangelie".
In Weesp sloeg dit aanvankelijk niet aan. De enkelen die zich daartoe aangetrokken voelden moesten hun heil in Amsterdam zoeken waar wel een afgescheiden gemeente bestond. Wie niet naar de hoofdstad kon of wilde reizen kon na enige tijd terecht bij diensten die aan huis werden gehouden, zoals bij een zekere Haas aan de Nieuwstraat en een bakker in de Zandstraat. Deze heren hadden ook de leiding. Er werd gebeden en gezongen en vaak werden "oefenaars" uitgenodigd tot het houden van een predikatie.

Kerkgebouw

Pas in 1860 richt de Weesper groep zich tot wat toen heette de Christelijk Afgescheidene Gereformeerde Kerk met het verzoek om voorlichting over de stichting van een kerkgebouw. Men vond dat de predikanten in de Hervormde Kerk te veel de moderne richting waren toegedaan. Een jaar later werd de Christelijk Afgescheidene Gemeente te Weesp opgericht. Er kwamen ouderlingen en diakenen. De benedenverdieping van een gebouw aan de Nieuwstraat, dat aan broeder Overeem behoorde, zou voortaan als kerkgebouw fungeren. Hij stond het gratis af.

Predikant

In 1865 bracht de gemeente voor het eerst een beroep op een predikant uit. Het werd een teleurstelling en er zouden er nog meer volgen. De herderloze periode duurde tot 1872. Toen deed de eerste predikant zijn intrede, ds Van Baalen. Hij begon zijn ambt met drie dagen per week tegen een jaarlijks tractement van 300 gulden plus vrije woning. Men had voor f 1850,- een woning kunnen kopen. In de kerkelijke kas zat niet genoeg geld maar enkele broeders stelden niet minder dan f 1100,- ter beschikking. Drie jaar later zou ds Van Baalen voor de gehele week aan de Gemeente verbonden zijn. Hij vroeg geen verhoging van tractement. In hetzelfde jaar werd besloten het gebouw aan de Nieuwstraat van broeder Overeem te kopen en tot kerkruimte te verbouwen. De gemeente heette inmiddels Christelijke Gereformeerde Gemeente.

Nieuwe afscheiding

Veel rust was ze niet gegund. Onder Abraham Kuyper kwam opnieuw een afscheiding onder de hervormden op gang, de zogenaamde Doleantie. In Weesp had de beweging aanvankelijk geen succes, waarschijnlijk omdat de hervormde gemeente nogal orthodox was. Maar de Kuyperianen hielden vol en in 1891 kwam het tot de stichting van de Nederduitsche Gereformeerde Kerk. Men kerkte in een gebouw aan de Nieuwstad. Een jaar later besloten de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken zich op landelijk niveau te verenigen tot de Gereformeerde Kerken in Nederland. De plaatselijke kerken zouden dit voorbeeld in eigen tempo moeten volgen. In Weesp gebeure dit pas in 1917. Al die jaren waren er twee gereformeerde gemeentes geweest waarbij de oudste, de Christelijke Gereformeerde Gemeente, Kerk A werd genoemd en de andere Kerk B. Ze hadden ieder hun eigen predikant en men kerkte in het eigen gebouw.
Een van die gebouwen bevond zich aan de Hoogstraat. Het werd na enige tijd te klein, waarna besloten werd het te vergroten. Men bleef niettemin in de twee eigen gebouwen kerken. In de twintiger jaren van de vorige eeuw kwam men tot de conclusie dat het zo niet verder ging en dat er een kerk moest komen die onderdak zou bieden aan alle gereformeerden. Er kwam een bouwcommissie, men koos een architect en in 1929 kon het nieuwe gebouw op de oude plek aan de Hoogstraat feestelijk in gebruik worden genomen.

Brand

Op een stormachtige avond in 1968 brak in Weesp een brand uit die zich snel uitbreidde en waarbij onder meer het kerkgebouw gedeeltelijk werd verwoest. De aangebouwde lokalen en de pastorie bleven gespaard. Men ging onmiddellijk tot herbouw over zodat in 1969 de heropening al kon plaatsvinden.

Het kerkgebouw na de brand in 1968


In dat zelfde jaar was uit sociologisch onderzoek gebleken dat de Gereformeerde Kerk voorlopig zou groeien. Men besloot een tweede kerkgebouw te vestigen in de nieuwe wijk. Al in 1970 kon het kerkcentrum Hogewey in gebruik worden genomen. Het duurde evenwel niet lang of het werd duidelijk dat twee kerkgebouwen te veel van het goede was. In 1988 werden het gebouw aan de Hoogstraat en de pastorie verkocht en bleef men alleen nog samenkomen in Hogewey.
Tien jaar later spraken de Hervormde Gemeente, de Evangelisch Lutherse Gemeente en de Gereformeerde Kerk de intentie uit om tot een federatie te komen. Er werd een commissie benoemd die adviseerde om naar een fusie te streven. In 2004 besloten de kerkeraden dat men in de toekomst slechts op één plaats, namelijk de Grote of Laurenskerk, zou bijeenkomen. De akte van fusie werd in 2006 getekend. In datzelfde jaar vond de laatste dienst in het kerkcentrum Hogewey plaats. Het gebouw werd verkocht aan een projectontwikkelaar.

Bron o.a.: Inventaris van het archief van de Gereformeerde Kerk te Weesp 1861-2006.


Laatst gewijzigd: 31/01/12