De familie Veenhof

Cornelis Veenhof (1877-1965)
getrouwd in Leersum op 1 december 1904 met
Petronella Adriana van Vulpen (1880-1932)
Zij hadden vier kinderen: Geurt  (1906), Cornelia (1909), Helena (1911) en Antonia (1914).

In de jaren vijftig logeerde ik in de schoolvakanties vaak op de Bosdrift nr. 8 bij opa Cornelis Veenhof en tante Cornelia, de vader en zuster van mijn moeder Helena.

Klik voor vergroting
De kwekerij
 

Opa Cees deed de kwekerij en het hoveniersbedrijf en tante Cor de bloemenwinkel. De kwekerij grensde over de hele diepte aan de Nieuwe Algemene Begraafplaats en had een grote kas. Het achterste stuk van de kwekerij had opa verkocht voor de bouw van een kerk, die daar nu nog staat. Voor, aan de Bosdrift, staat ook nog steeds het woonhuis met de bloemenwinkel.

Het was heerlijk op de kwekerij en in de kas rond te lopen, genietend van de geuren en planten. Kruidje roer-me-niet laten bewegen en tamme kastanjes zoeken, die over het hek van de Begraafplaats op de kwekerij vielen. Praatje maken met Bolle Cees (Cees Dorland), die meer dan 50 jaar bij opa heeft gewerkt. Wij noemden hem Bolle Cees, omdat hij zijn wangen bol blies als hij met je sprak. Ik sliep in een krakend kamertje op de zolder, waarvan de grond verder vol lag met appels, die daar lagen te drogen.

Vroeger liepen de knechten met gemak met de kruiwagen de ca. 4 kilometer naar 's-Graveland. De kwekerij was toen vooral bedoeld voor het kweken van de planten, die bij het onderhoud van de tuinen van de grote villa's nodig waren. Opa had veel knechten, waar hij fondsen voor stichtte om ziektes en begrafenissen van te kunnen bekostigen. Ook stond hij aan de wieg van het Badhuis, schuin tegenover de winkel, waar ze zelf ook gebruik van maakten. Opa zat volop in het verenigingsleven en werd wel eens de baron van de Bosdrift genoemd.

In de tijd dat de rijke families koetsen hadden, had de koetsier zijn handen vol aan het onderhoud van de paarden en de koetsen. Maar toen de koetsen werden vervangen door de auto's had de chauffeur tijd over om ook de tuin van de villa te onderhouden en verloor opa veel van zijn klanten.

De verschillende omroepen waren weer nieuwe klanten. Vaak werden palmen en bloemstukken geleverd aan de studio's in het dorp. De palmen werden uit de kas gehaald en met een bakfiets of met de kolenwagen van oom Bouw (een huisvriend) vervoerd. De bloemstukken werden in de binderij van de winkel gemaakt, waarbij ik mocht helpen.

Opa heeft het dubbele woonhuis met winkel op de kwekerij voor aan de Bosdrift in 1929 laten bouwen en daarna in 1935 het rijtje van drie woonhuizen daarnaast. In het hoekhuis, Bosdrift nr. 10, dat grenst aan de winkel woonde tante Eef, oom Geurt en dochter Nel. Oom Geurt werkte ook in het hoveniersbedrijf, maar heeft het bedrijf niet kunnen voortzetten, omdat hij veel te vroeg is overleden door een verkeersongeluk. Tante Eef heeft altijd geholpen in de bloemenwinkel en het was gezellig om, als ze thuis was, bij haar een praatje te maken.

In het begin heeft mijn moeder (Helena Veenhof) in de bloemenwinkel gestaan. Ze had ook prachtige glazen vazen in de winkel, waarvan ik er nog een aantal heb. Als er iemand met een gouden tientje in de winkel betaalde, bracht mijn moeder dat tientje altijd in de kamer achter de winkel bij oma (Petronella van Vulpen), die daar lang op haar ziekbed heeft gelegen. Als je als kleindochter 18 jaar werd kreeg je een gouden tientje van opa. Daar keek je naar uit en ik heb mijn tientje nog steeds aan een kettinkje hangen.

Klik voor vergroting
De gymnastiekvereniging ODILO
 

Mijn moeder Heleen leerde mijn vader, Wolter Keers, op de christelijke gymnastiekvereniging ODILO (Ons Doel Is Lichamelijke Ontwikkeling) kennen. Jongens en meisjes waren gescheiden aan het gymnastieken, maar trokken gezamenlijk op om dingen in de vereniging te veranderen. Wolter was de jongste zoon van weduwe Keers, die de Nieuwe Bazaar in de Havenstraat had. Mijn ouders zijn in 1933 in Hilversum getrouwd en toen naar Deventer verhuisd.

De jongste zus van mijn moeder, tante To (Antonia), nam het werk in de bloemenwinkel over tot haar huwelijk met oom Buck (Willem Gunnink). Daarna heeft de oudste zus, tante Cor, tot haar pensioen de winkel gerund. Toen de bloemenwinkel en kwekerij werden verkocht zijn tante Cor, haar man oom Frits en opa naar Bosdrift nr. 10a verhuisd. De woning naast die van nicht Nel en haar man Henk, die toen in het huis van tante Eef woonden.

Ik vind het heel jammer dat de kwekerij na de verkoop is vol gezet met parkeergarages, maar gelukkig is de bloemenwinkel, De Bloemerij, er nog steeds!

Als ik nu in Hilversum kom ga ik altijd even bij De Bloemerij langs, op weg naar de Nieuwe Algemene Begraafplaats. Daar bezoek ik de graven van de families Veenhof en Keers en voel ik mij weer het kind dat bij opa logeerde en samen met hem over de begraafplaats liep, "om de graven te controleren", zei hij altijd.

Klik voor vergroting
Het gezin Veenhof- van Vulpen, 1914

 

Geschreven door Astrid Keers, 25 juli 2013.

Laatst gewijzigd: 06/08/13