Het buitengewoon lager onderwijs was de voorloper van het speciaal onderwijs zoals wij dat sinds 1985 kennen. Zoals de naam al zegt, werd het buitengewoon lager onderwijs (BLO) buiten het reguliere onderwijs gegeven. Het BLO was bestemd voor alle kinderen die in het reguliere onderwijs niet tot hun recht kwamen. De Lager Onderwijswet uit 1920 beschrijft het als volgt: 'Het buitengewoon lager onderwijs wordt gegeven in scholen, bestemd voor kinderen, die wegens ziekte- of lichaamsgebreken of uit maatschappelijke noodzaak niet in staat zijn geregeld en met vrucht het gewone onderwijs te volgen of wier gedrag het noodzakelijk maakt hun buitengewoon onderwijs te doen geven'. Later zien we dat er allerlei afsplitsingen kwamen zodat het onderwijs beter aangepast kon worden aan de wensen van de specifieke groep leerlingen. Zo werd er in Hilversum bijvoorbeeld in 1950 een school opgericht voor leerlingen met leer- en gedragsmoeilijkheden.
Ten tijde van de Lager Onderwijswet van 1920 had Hilversum al een jaar een openbare BLO-school, de 19e in Nederland. Tot 1921 was deze gehuisvest in een houten gebouw bij de school aan de Violenstraat. Later werd onderdak gevonden aan de Badhuislaan. De leerlingen kwamen niet alleen uit Hilversum maar ook uit Bussum, Naarden, Laren, Blaricum, Huizen, Eemnes, Baarn, Maartensdijk, Loosdrecht en Nederhorst den Berg. De school kreeg in 1949 de naam Prof. G. Heymansschool. In datzelfde jaar werden er naast deze openbare BLO-school ook een protestantse en rooms-katholieke BLO-school geopend. Christelijke ouders wilden hun kind vaak niet naar een openbare school sturen, dus de splitsing voorzag in een sterke behoefte.
Tegenwoordig schrikken we nog al eens van het taalgebruik dat destijds gebezigd werd als het om BLO-leerlingen ging. Zo sprak men in het leerplan uit 1950 van de Prof. G. Heymansschool bijvoorbeeld over de 'imbecillen' en de 'debielen'. Dit klinkt misschien denigrerend, maar zo was het zeker niet bedoeld. Het onderwijs op deze school werd met een enorme toewijding en liefde voor de leerlingen gegeven. Zo spreekt uit de woorden van de heer Gerrit Leerkamp, die van 1946 tot 1967 hoofd van de Prof. G. Heymansschool was, een grote compassie voor de leerlingen:
'De gewone school is voor deze kinderen een dagelijks terugkerend verdriet: ze kunnen niet mee, worden ten gevolge van hun tekortkomingen door anderen geplaagd en geminacht en krijgen vrijwel zonder uitzondering een minderwaardigheidsgevoel, waardoor hun geestelijke energie totaal verlamt' ¹. Deze man heeft veel betekend voor het buitengewoon lager onderwijs. Zijn naam werd dan ook ingeschreven in het Gulden Boek van de gemeente Hilversum. Na zijn dood in 1968 werd er tijdens de raadsvergadering van 4 januari 1969 met lof over hem gesproken door de voorzitter: 'Kinderen en ook ouderen, die zich door hun mindere begaafdheid moeilijk uiten en vaak op hun gelaat niet die verfijning van trekken vertonen om hun gevoelens tot uitdrukking te brengen, zag men stralen en oplichten als zij hún man zagen, van wie een fluïdum, een liefde naar ze uitging als zij van niemand anders ervoeren'.²
Het leerplan van 1950 en de wijziging hiervan uit 1959 ³ geven een goed beeld van de lesstof die de 'imbecillen' en de 'debielen' in deze jaren aangeboden kregen. De eersten kregen de vakken kennis der natuur, zingen, tekenen, lichamelijke oefening, handenarbeid, handwerken, huishoudonderwijs, spreekonderwijs en rekenen in de vorm van tellen. Verder zo mogelijk: lezen, schrijven, rekenen en Nederlandse taal.
Voor de 'debielen' bestond het onderwijs uit de vakken lezen, schrijven, rekenen, Nederlandse taal, kennis der natuur, aanschouwingsonderwijs, aardrijkskunde, geschiedenis, vertellen, spreekonderwijs, zingen, tekenen, lichamelijke oefening, nuttige handwerken voor meisjes, eenvoudig huishoudonderwijs voor meisjes, handenarbeid, zintuigoefeningen en zo mogelijk: tuinarbeid en zwemonderricht.
De lesstof voor laatst genoemde groep leerlingen was dus uitgebreider. Hen werd geleerd zich aan te passen aan de maatschappij waarin ze een plaats zouden moeten veroveren. Het doel van het onderwijs voor de 'imbecillen' was 'het aanleren van goede gewoonten en het opleiden tot zeer eenvoudige productieve arbeid ter vergroting van de mogelijkheid dat het imbecille kind zich kan handhaven in het milieu waarin het verzorgd moet worden'. In 1959 werd het leerplan aangepast. Toegevoegd werden onder anderen vaderlandse geschiedenis, verkeersonderwijs, gezondheidsleer en muzikale vorming.
In 1958 werd een grote voorlichtingsactie gehouden om de bevolking een beter beeld te geven van het BLO. Naast een openbare les en een tentoonstelling van leermiddelen werd er een brochure met daarin prachtige foto´s verspreid, waarvan hieronder enkele staan afgebeeld:
Streekarchief Gooi en Vechtstreek, archief gemeentebestuur Hilversum 1940-1989, inventarisnummer A 2219
Idem, inventarisnummer B 105
Idem, inventarisnummer A 2222
Laatst gewijzigd: 07/03/11