Barent Peelen

Twee stappende paarden voor een ploeg. Wie dat in zijn wapen voert moet landbouwer zijn, of landbouwers in zijn voorgeslacht hebben. Toch zat er onder de Weesper Peelens niet één die daar iets mee te maken had.

Graan

Barent Peelen liet dit wapen naast zijn naam schilderen op het grote wapenbord in het Gemeenlandshuis aan de Diemerzeedijk waarvan hij hoogheemraad was. Het kan slaan op het graan, onmisbare grondstof voor zowel bakkers als brandewijnbranders. Zijn grootvader was als eenvoudig bakker uit Nijkerk gekomen, maar werd na enige tijd brander. Zijn welvaart en aanzien namen toe en hij trad daardoor binnen in de kring van notabelen die in Weesp de burgemeesters leverde.

Vrijgezel

Barent, geboren in 1763, nam de branderij van zijn vader over, bleef vrijgezel en woonde zijn hele leven samen met zijn eveneens vrijgezelle broer Jan, in een huis aan de Hoogstraat, waar twee inwonende dienstbodes voor de broers zorgden. Toen Barent en Jan de zestig gepasseerd waren, kwamen twee nichtjes hen gezelschap houden zodat ze, omringd door vier vrouwen, van een verzorgde oude dag konden spreken.

 

Barent Peelen

Toespraak

Barent Peelen mag als de krachtigste stadsbestuurder uit het begin van de 19e eeuw worden beschouwd. Nog maar 31 jaar oud is hij al kolonel van de schutterij en, na de komst van de franse troepen, is hij het die als lid van het comitérevolutionair bij het planten van de vrijheidsboom een "treffende en cierlijke" toespraak houdt.
Van hem is ook dit vers over Weesp:


Zo lang de Zilveren Vecht Uw boorden blijft besproeien,
O Wesop, en Natuur U met haar schoon vereert,
Zo lang de koopmanschap in Nederland zal bloeien;
Genever, en door Oost en Westen werd begeerd...
Zo lang de Naneef Trouw op hogen prijs zal stellen
Hoort gij, mijn Vaderstad! Uw naam met blijdschap spellen.


In de franse tijd vertegenwoordigt hij Weesp in organen van de Bataafse Republiek in Den Haag en is hij een van de drie voorzitters van het gemeentebestuur. Maar zijn belangstelling voor de revolutionaire zaak verflauwt en hij trekt zich terug uit het openbaar bestuur.
Zodra de Franse troepen vertrekken, treffen we hem in 1813 echter meteen weer in het stadhuis aan en wordt hij voorzitter van een voorlopig stadsbestuur.
Sinds de 15e eeuw heeft Weesp altijd een college van drie burgemeesters gehad van wie er jaarlijks één moest aftreden. Als in 1816 dit bestuursmodel hersteld wordt, is Peelen de eerste president-burgemeester. Acht jaar later besluit koning Willem I dat er in Weesp één burgemeester zal zijn met twee wethouders naast zich. Peelen wordt benoemd en zal het ambt bekleden tot zijn overlijden in 1832. Hij zal in zijn laatste jaren niet uitsluitend als Peelen bekend staan. In 1828 koopt hij de Ambachts-Heerlijkheid Honswijk in de provincie Utrecht en mag hij zich Peelen van Honswijk noemen. Hij tekent ook als zodanig. De jaren van het comitérevolutionair liggen nu duidelijk ver achter hem. Hij was medeoprichter van het departement Weesp van het "Nut" en een veel gevraagd spreker.

Nevenfunctie

Peelen was een welvarend man, met niet minder dan tien woningen, drie grote pakhuizen en 17 ha weiland in zijn bezit. Zijn grootste bron van inkomsten was uiteraard de branderij, het burgemeesterschap was en bleef een nevenfunctie. Daarnaast handelde hij in wijnen. Bij zijn overlijden had hij een ton uitstaan aan leningen en ruim f 30.000,- aan effecten. In zijn pakhuizen was voor meer dan f 7500,- opgeslagen aan Madeira, rijnwijn, port, moezelwijn en champagne.Na zijn overlijden prijst wethouder Schimmel zijn ijver en waakzaamheid, zijn "ongemeen juist oordeel", zijn ernst en kracht. Hij werd begraven op Landscroon naast zijn broer Jan, die hem was voorgegaan. Men kan er het graf nog bezichtigen.


Laatst gewijzigd: 13/02/12